Met het schietlood in de aanslag

ISBN 9053661085 / 90-5366-108-5 / 9789053661086
Auteur Maaike Kroesbergen
Uitgever SDAprint media
Uitgave datum 15 November 2006

Artikel in het Parool | November 2006 | Door Corrie Verkerk

artikel-parool3


Recensie in ” Vernieuwde stad, vernieuwde emoties. Een verslag” | Tussen historie en emotie – een feest der herkenning | November 2006 | Door Hugo de Groot


Amsterdams docudrama onthuld
Op 14 november 2006 werd het eerste exemplaar van het boek Met het schietlood in de aanslag door Jaap van Gelder, de directeur van Woonstichting De Key, uitgereikt aan wethouder Tjeerd Herrema tijdens het symposium “Vernieuwde stad, vernieuwde emoties”, over stedelijke vernieuwing. Tijdens het ochtendprogramma trokken de gasten, onder wie ondergetekende, drie buurten in waar zij bewoners, corporatiemedewerkers en stadsdeelambtenaren hun persoonlijke verhaal hoorden doen.Het middagprogramma werd geopend door de acteurs Margot Ros, Bodil de la Parra en Leopold Witte die in de sfeer van hun televisieprogramma “De vloer op” scènes uit dit boek gebruikten voor een sterk staaltje improvisatietoneel. Ze wisten de zaal een uur lang aan het lachen te houden. Het boek wordt een docudrama genoemd, maar tijdens de borrel na afloop werd er sleutelroman gefluisterd. Een kijkje achter de coulissen.


Docudrama: Feit of fictie?
Met genres is sowieso al iets vreemds aan de hand. Dat merkte Kroesbergen toen ze vorig jaar haar eerste boek publiceerde, de roman Watertanden. Ze stond een paar dagen na verschijning naast Saskia Noort op de cover van de Vrij Nederland onder de tekstkop “Heldinnen van de Nederthriller”. Kroesbergen: “En als het iets niet was, zo dacht ik zelf, dan was het een thriller.”De volgende recensent plaatste het boek “In de traditie van de nouveau roman”. Toen volgden de etiketten: “Omgekeerde Lolita”, “Ontwikkelingsroman”, “Hedendaagse historische roman”. En een landelijk tandartsenmagazine kwam op de termen dentaal, erotisch, literair. “Gestructureerd rond een dentitio difficilis van een derde molaar in de onderkaak.”Kroesbergen: “Ik wist niet dat een mens überhaupt zo´n ding had, laat staan dat ik erover had geschreven.”


Ei- en zaadcel
Een mooie uitspraak van Harry Mulisch is dat je de schrijver en het boek met een eicel kunt vergelijken die door de zaadcel, de lezer, bevrucht wordt. Dat geldt voor alle teksten, over welk genre het ook hebt. Een roman is net zo goed een communicatiemiddel als een interview. Nadat Kroesbergen als wetenschappelijk onderzoeker uit de ivoren toren van de universiteit de echte wereld in stapte, begon zij als zelfstandig tekstschrijver Amsterdamse buurten te bezoeken die te maken kregen met stedelijke vernieuwing. Zij hield interviews met bewoners in opdracht van Woonstichting De Key en enkele stadsdelen. Het was toen nog de tijd van de “verkoopbevorderende maatregelen” en niet de “aankoopbevorderende maatregelen”….


De planvorming van bovenaf was in verschillende buurten flink vastgelopen.Een communicatiemiddel als een krant met interviews met bewoners en betrokkenen vanuit corporatie en politiek, zou het proces ten goede beïnvloeden, was het idee. De onafhankelijke extern zou het ware verhaal van bewoners te horen krijgen en zo sloeg je twee vliegen in één klap. De opdrachtgever wist wat er leefde en de geïnterviewde kreeg het gevoel serieus genomen te worden, want hij mocht ook zijn kritiek spuien. Maar in de praktijk ging dat vaak niet helemaal zoals gedacht. Een voorbeeld: Bij een nieuwe buurtkrant wist een stadsdeel het zeker. Die en die persoon moest uitgebreid geïnterviewd worden want hij was een geweldige steun voor de buurt: hij klom met weer en wind steigers op om de boel weer vast te zetten, organiseerde barbecues en de kinderen uit de buurt mochten in zijn tuin spelen. Zijn gezicht zou het eerste exemplaar van de nieuwe buurtkrant dragen, de ideale voorbeeldfunctie. De man stond met naam en toenaam in de krant van top tot teen op de cover. Alleen had de buurt zelf hem nooit als voorbeeld voorgedragen. Integendeel. Hij stond alom bekend als notoir zedendelinquent. Daar ga je als extern – in opdracht van de opdrachtgever – maar die nieuwe buurtkrant was in elk geval wel nog weken het gesprek van de dag.


Er is wel wat veranderd de afgelopen vijf jaar. Het woord “Verkoopbevorderende maatregelen” veranderde in “aankoopbevorderende maatregelen”. Het perspectief werd omgedraaid en nu zou er meer naar de bewoner geluisterd worden. De kranten gingen ook meer werken als procesondersteunend orgaan. Al was het maar omdat men zo, zowel aan corporatie- als bewonerkant, tegen Kroesbergen de teleurstellingen en tegenslagen van zich af kon praten. En uiteraard kwamen veel van die – vaak hilarische – verhalen uiteindelijk niet in de krant. Op een dag zat Kroesbergen om tafel met twee leden van actieve bewonerscommissies die ze al enige jaren volgde. Ze overlegden wat er in de nieuwe krant zou komen. Ze spraken over alle energie die in het proces was gestoken en dat al die verhalen van mislukken, vallen en opstaan straks achter de mooi vernieuwde gevels zouden verdwijnen als voetstappen in het zand bij springvloed. Maar dat is niet gebeurd.


Met het schietlood
De Key gaf een bijdrage en Kroesbergen kon beginnen met het schrijven van haar onafhankelijke boek. Al dat materiaal dat ze eerder niet had kunnen gebruiken kwam nu zeer van pas. Vijf jaar echtgebeurde verhalen vol dramatische informatie. Uit archiefonderzoek bleek ook nog eens dat oudste roots van De Key terug gingen naar 1868 toen een groep arbeiders het heft in eigen hand nam en zelf besloot woningen te gaan bouwen – die eerst verhuurd, maar op den duur ook door hun bewoners gekocht konden worden. “Aankoopbevorderende maatregelen avant la lettre.” Een ideale kapstok om de geschiedenis van bouwen en wonen in Amsterdam vanaf de woningwet te beschrijven.Bovendien had ze inzage gekregen in een bijzonder handgeschreven dagboek van een timmerman die aan het begin van de twintigste eeuw op de steiger stond en de zon zag opkomen boven zijn geliefde Amsterdam en beschreef hoe hij “Met het schietlood in de aanslag” vol aandacht was voor het nieuwe huis dat hij aan het bouwen was en zijn stad. De titel had ze toen. Hij lijkt wat agressief te klinken, maar als je het voorwoord van Met het schietlood leest, zie je al dat het ook om een andere emotie, namelijk betrokkenheid gaat. Die andere interpretatie – de agressie – kwam ook wel van pas. Want Kroesbergen zou nu – anders dan de kranten – een geheel onafhankelijk boek schrijven en dan moet je ook de rauwe werkelijkheid durven noemen en het drama niet schuwen.


Hitler en Speer
En daar zat een klein probleem. Kroesbergen wilde de mensen die haar hun persoonlijke verhaal hadden gedaan sparen en hen hun privacy gunnen. Op een dag zag zij in de tv-gids dat er een docudrama zou worden uitgezonden over Hitler en Albert Speer – over drama en verbouwen gesproken. Ze verwachtte zwart-wit-beelden te zien te krijgen. In elk geval nog iets objectiever bijvoorbeeld dan het verslag dat Harry Mulisch in De toekomst van gisteren (1972) over zijn bezoek aan Speer schreef. Kortom feiten. Maar acteurs speelden scènes na. Toen viel er een kwartje. Personages die weg liepen met de feiten. Ze zou een docudrama schrijven: zo kon ze voor zichzelf ook meer ruimte creëren. Ze zag de ware gezichten niet langer voor zich en schoof bijvoorbeeld drie mensen samen tot één personage.Het is de kracht van Kroesbergen dat zij haar (historische) feitenkennis goed weet te verbinden met een rijke verbeeldingskracht en scherp gevoel voor drama. Bovendien is haar stijl lekker compact en snel. Dat het boek boven het strikt Amsterdamse uitgaat, bewijst het bericht van een grote krant uit het Oosten van het land die enthousiast op het boek reageerde met de opmerking dat zij het graag als een blauwdruk willen gebruiken voor hun eigen stadsvernieuwingsperikelen.Huizen worden opgeknapt en zullen weer vervallen raken en altijd zullen mensen zich aan hun woning hechten en ervoor vechten. Met het schietlood in de aanslag zal dus nog wel een tijdje meekunnen….

maaikekroesbergen@boekenbite.nl l