Watertanden

ISBN 904570322X / 90-457-0322-X / 9789045703220
Auteur Maaike Kroesbergen
Uitgever Augustus / Atlas-Contact
Uitgave datum 14 April 2005
 

Fragment

‘Een bloem van rauw vlees tekende zich af op de binnenkant van haar bovenbeen. Blauwe plekken als tintelende tatoeages. Vier draculatanden met kartelrandjes erlangs.- Dan zit ik nog een tijdje op je huid, zei Vir terwijl hij langzaam over de afdruk streelde.En heel even leek het geen vreemde gedachte dat ze vanaf haar veertiende naar hem was blijven zoeken. Toen bestond lendenvuur alleen nog op papier, een prikkelend woord uit de stapels boeken naast haar bed. Ze las dat die brand bij mannen begon te gloeien ergens onder in de wortels van hun ruggenmerg, al wist ze nauwelijks waar haar eigen lendenen zaten. Ze waren vast rood van kleur. Niet zoet, eerder bitter, zoals het sap dat rondspatte als je in een bloedsinaasappel beet.Maar hoe gulziger ze ging lezen, hoe meer vlammen ze zag oplaaien.’

Recensie op www.proxis.be | Juni 2006 | Door Patrick Vandendaele

“Een intrigerend boekje, dat je werkelijk zal meeslepen doorheen de bladzijden tot een onverwachte wending en een plot die je ademloos zal blijven boeien. (…) Het is een ontroerend en bijzonder sfeervol boek… een snellezer, die je werkelijk zal boeien !”

Recensie in De Stentor | 19 Mei 2005 | Door Paul Gellings

Gedurft debuut Maaike Kroesbergen stelt eisen aan lezerspubliek

Je ziet ze nog maar zelden, romans die een uitdaging vormen voor en eisen stellen aan het lezerspubliek. Voorbij zijn de tijden van de nouveau roman, de schrijfexperimenten uit de jaren vijftig en zestig die in het Nederlandse taalgebied werden verricht door auteurs als Hugo Raes, Sybren Polet, Jacques Vogelaar. Zij schreven boeken waarin de klassieke, lineaire vertelsituatie werd doorbroken omwille van een meer gefragmenteerde verhaalstructuur. In die nieuwe structuur was de psychologische achtergrond van de personages niet meer de vertellende motor van het geheel, maar vertelde het verhaal zichzelf. Van die experimentele, vervlogen manier van schrijven en vertellen vertoont ‘Watertanden”, de debuutroman van neerlandica Maaike Kroesbergen (1973), op verrassende wijze onmiskenbare trekjes.

Er is sprake van een collage van verschillende tekstsoorten, zoals citaten, bierviltjes, brieven, kaarten, enz., en ook met de chronologische volgorde van de gebeurtenissen wordt flink gesold, waar heden en verleden soms domweg niet van elkaar te onderscheiden zijn. Dat kan ook eigenlijk niet anders, gezien het feit dat hoofdpersoon en vertelster Lee Borg in hoge mate iemand is die achtervolgd wordt door het verleden, er misschien in bepaalde opzichten zelfs door wordt ingehaald. Aanleiding voor herbeleving van de trauma’s van vroeger is een reportage van een bloedbad in het dorp van haar kindertijd, waar een groot aantal ganzen de keel is afgesneden. Reizend door tijd en ruimte komt Lee Borg weer in aanraking met de mannen uit haar leven (Bo en Vir), waardoor de even erotische als pijnlijke onderlaag van het verhaal zich op een haast tastbare manier aan de lezer meedeelt.

Stilistisch gesproken doet “Watertanden” dus ook denken aan de nouveau roman, waarin dankzij de combinatie van poëzie en precisie altijd veel werd opgeroepen. Maaike Kroesbergens kracht ligt met name in het zinnelijke, lichamelijke van de belevingen van Lee Borg, die de schrijfster op overtuigende wijze voelbaar en zichtbaar weet te maken, en dat consequent weet vol te houden, van het begin (“Een bloem van rauw vlees tekende zich af op de binnenkant van haar bovenbeen. Blauwe plekken als tintelende tatoeages.”) tot het einde van de roman: “Stekende pijn maakte dat ik uren later wakker schrok. Een vreemd koud dijbeen in bed. De afdruk aan de binnenkant was nog dieper van kleur geworden. Als een watermerk in papier getrokken. Blauwzwart staken de stipjes af tegen het wit:… een open plek in een dialoog. De aanloop die soms nodig was om karakters te laten spreken.

“Ook het liefdesbedrijf wordt door Kroesbergen op een niet voor de hand liggende manier beschreven feitelijk bijna bezongen, want in dit verband is er onder haar pen al evenmin gebrek aan poëzie: “Maar weer belandden we in bed. Het mysterie van dat derde lichaam met vier armen en twee harten. Dat soms na afloop nog tussen de minnaars hangt. Ervoor zorgde dat ik mijn been optilde en dat hij daar, zonder dat hij dit gezien of gevoeld kon hebben, tegelijkertijd het zijne in haakte.”Samenvattend: een roman waarin het ene sterke tafereel het andere krachtige beeld oproept, gespeend van iedere clichématigheid of onnodig gepsychologiseer, een gedurfd boek dat wel wat van je vraagt als lezer, maar dan heb je ook wat.

Recensie op www.recensieweb.nl | 13 Juni 2005 | Door Joop Daggers

Uitdagende legpuzzel met een knipoog naar Nabokov

Eén van de wetenschappelijke bijdragen die Maaike Kroesbergen als Neerlandica aan haar vakgebied heeft geleverd, draagt de titel: ‘Waar verleden en heden kruisen. Over de hedendaagse historische roman.’ Zes jaar na die publicatie heeft ze, onder meer met haar aldus verworven wijsheid, haar eigen roman gesmeed. Watertanden is een hedendaagse roman met historische fundamenten.

Kroesbergen behandelt een historische speurtocht van een hedendaags meisje, en kruist heden met verleden langs een handig in elkaar gevlochten vertelstructuur.Het verhaal is snel verteld. De jonge journaliste Lee Borg uit Amsterdam wordt door een luguber krantenbericht over afgeslachte ganzen herinnerd aan haar jeugd in een Oost-Nederlands vestingdorpje. Ze besluit terug te keren om de losse stukjes van de puzzel bij elkaar te zoeken en haar onaffe dagboekverhalen tot een bevredigend einde te brengen. ‘Er stond mij maar één ding voor ogen: dat verhaal moest af. En dat betekende vooral: verhaal halen, revanche.’

De nostalgische trip naar haar wortels, veertien dagen in getal, benut ze voor het herbeleven van haar jongemeisjesdagboek. Op haar veertiende had ze dat onvoltooid opzij gelegd en nu, pakweg veertien jaar later, is het hoog tijd om op zoek te gaan naar het laatste hoofdstuk. Waar ‘m de pijn zit, wie de revanche betreft, hoe de vroegere gebeurtenissen tot zo’n open einde hebben kunnen leiden: het is bij aanvang volstrekt onduidelijk en zal dat pagina na pagina blijven. Dat wekt ergernis in de beginhoofdstukken, maar geeft hoe langer hoe meer voldoening richting einde. Het biedt de lezer namelijk de gelegenheid om de puzzel met Lee mee te leggen.Dat gaat niet zonder horten of stoten, zeker als blijkt dat de plot uit nogal wat verschillende elementen is opgebouwd. De lezer heeft het al zwaar te stellen met de voortdurende sprongen tussen de verhaallijnen van Lee als ontluikende jonge vrouw en Lee als teruggekeerde onderzoeksjournaliste.

Daarnaast zijn er dan ook nog de thrillerachtige speurtocht naar het hoe en waarom van de vermoorde ganzen, de doorlopende confrontaties tussen vrienden van vroeger en, vooral, de missie van de hoofdpersoon om het destijds ontspoorde verhaal van haar liefde voor een verweerde boswachter alsnog af te ronden. Ondanks die complexiteit laat Kroesbergen haar lezer niet erg hard werken. De liefdesgeschiedenis tussen de jonge Lee en de doorleefde ruwe bolster Vir Balder heeft veel weg van het Lolita-verhaal van Vladimir Nabokov. Maar dan in een soort spiegelbeeldvariant, want de liefde komt in dit geval voornamelijk van de Lolita zelf. Het jonge meisje idealiseert en aanbidt de volwassen man en niet omgekeerd. Verbindingen met Lolita en met andere literaire klassiekers over verboden liefde, zoals Lady Chatterley’s Lover, worden opzichtig gelegd, al was het alleen maar omdat het boek doorspekt is met citaten van Nabokov en D.H. Lawrence.

En alsof dat nog niet volstaat, krijgen we ook te lezen hoe de veertienjarige Lee haar veel oudere prooi via passages uit Lolita probeert te verleiden.Het zijn bepaald niet de enige aanwijzingen die Kroesbergen haar lezer op een presenteerblaadje aanbiedt. Zo is Vir niet alleen Latijn voor zowel man als mannelijkheid, maar ook een verkorting van Vladimir, vast niet geheel toevallig ook de voornaam van Nabokov. Virs achternaam Balder verwijst naar de grote liefde van Mei in Gorters gelijknamige epos, en hij noemt zijn jonge aanbidster dan ook liefkozend zijn meimeisje.

Al die weggevertjes zijn functioneel. Steun de lezer bij het leggen van de puzzel, dan krijgt hij ten minste snel het hele plaatje in beeld, moet Kroesbergen gedacht hebben. Het werkt. Zodra Lee een balans vindt tussen de gebeurtenissen uit haar verleden en de zoektocht in het heden, zodra de gescheiden verhaallijnen van beleving en herbeleving elkaar kruisen, valt, toch nog behoorlijk plotseling, ook voor de meebelever alles op z’n plek. En resteert enerzijds de voldoening van het terugzien naar een verhaal dat hij zelf heeft meegeconstrueerd en anderzijds de uitdaging van het beoordelen van wat feitelijk is gebeurd.

Daarbij is het taalgebruik van Kroesbergen een Neerlandica waardig. Hooguit soms wat té bloemrijk, té wollig, maar toch vooral bolstaand van mooie beeldspraak, clichéloze zegswijzen, sprekende alliteraties. Vir heet nu eens Balder Bomenbeul, dan weer Balder de bullebak. Ontwaken op het platteland doet ‘stadse oren suizen van zoveel stilte’. De pijn die Lee gedurende haar veertien dagen in Ossenfoort dankzij een opspelende verstandskies met zich meedraagt, krijgt meevoelbare aanduidingen. Eerst veroorzaken ijspriemen ‘bevroren splinters pijn’; een dag later zijn het nietmachines die metalen pinnen door Lee’s wang klauwen. Uiteindelijk is ook de laatste subtiliteit uit die fijnzinnige beeldspraak verdwenen: ‘Er denderde nu een achtbaan door mijn hoofd vol vrachtwagens.

‘Toeval of niet, Watertanden verschijnt exact vijftig jaar nadat Nabokov zijn meest besproken werk aan de wereld schonk. Of Watertanden nu wel of niet bedoeld is als eerbetoon aan de schrijver en diens Lolita, feit blijft dat Kroesbergen het Nederlandse literaire landschap met een lezenswaardige liefdesvertelling heeft verrijkt.

Recensie in TandartsPraktijk www.springerlink.com | 2005 | Door J.M. Kreyns

WATERTANDEN. HET GEBIT IN DE ROMAN

Met enige overdrijving kan gesteld worden dat tandartsen bij voortduring in hun orale fase verkeren. Volgens de theorie van Freud is dit de fase waarin de lustbevrediging via de mond verloopt. Als dat zo is dan zijn tandartsen meer dan gemiddeld geboeid door romans waarin de mond en de tanden een terugkerend thema vormen. Ivoren Wachters van Simon Vestdijk is daarvan in de Nederlandse literatuur wel het meest sprekende voorbeeld. Deze roman en zeker de titel ervan wordt in tandheelkundige publicaties geregeld aangehaald.

In de debuutroman ‘Watertanden’ van Maaike Kroesbergen wordt Ivoren Wachters ook aangehaald. De geliefde van de vrouwelijke hoofdpersoon, die net als hoofdpersoon Lee zelf een boekenliefhebber is, probeert haar met een citaat uit het boek van Vestdijk gerust te stellen dat het verwijderen van een geïmpacteerde M3 niet zo’n klus is. Die verstandskies zit Lee gedurende het hele boek dwars. Al vroeg in het boek bezoekt zij daarom de tandarts, die in haar voormalige woonplaats is gevestigd. Die tandarts stelt vast dat er sprake is van dentitio difficilis van een derde molaar in de onderkaak, spuit onder verdoving het ontstoken gebied schoon en adviseert om zo snel mogelijk de verstandskies te laten verwijderen door een kaakchirurg. Omdat de afspraak bij de kaakchirurg in haar eigen woonplaats Amsterdam pas veertien dagen later plaatsvindt, blijft de verstandskies het hele boek lang opspelen. Als lezer en zeker als tandarts-lezer vraag je je dan af waar deze M3-problematiek symbool voor staat.

Lolita

De verwijdering van de derde molaar wordt uitgevoerd vlak nadat de relatie van Lee met haar vroegere minnaar als het ware tot voltooiing is gekomen. Tegelijk met het definitieve afscheid van de man waartoe zij zich als pubermeisje sterk aangetrokken voelde, zegt zij ook haar verstandkies vaarwel. Beide gaan gepaard met pijn die zowel snijdend als tot op zekere hoogte aangenaam is. De vergelijking tussen de stoere boswachter die naar hout ruikt en de verstandskies die op een wonderlijk gesteente lijkt, wordt verwoord door de kaakchirurg die de M3 in een tissue rolt en meegeeft met de woorden: ‘Alsjeblieft, voor het geval je hem wilde bewaren. Het is wel een joekel, zeg’.

De erotisch getinte vriendschap tussen Lee en de oudere man, vertoont duidelijk overeenkomsten met de relatie van Humbert Humbert en Lolita uit de gelijknamige roman van Vladimir Nabokov. In die roman die bij het verschijnen in 1955 vanwege het pedoseksuele aspect veel stof deed opwaaien, komt de erotische lading van tanden ook naar voren: …en ze wiegelde, en kronkelde, en wierp haar hoofd naar achter, en haar tanden rustten op haar glinsterende onderlip terwijl ze zich half afwendde, en mijn kreunende mond…Kroesbergen kent Nabokov goed en laat zich inspireren door citaten uit diens werk. Zij citeert niet die ook voor tandartsen, mooie eerste zin uit die roman: ‘Lo-lie-ta: de tongpunt daalt drie treden het gehemelte af en tikt bij drie tegen de tanden. Lo. Lie-Ta’.

Volkswijsheid

In deze debuutroman manifesteert zich een onmiskenbare fascinatie met het gebit. De schrijfster etaleert dat ook in haar beschrijving van de volkswijsheden over losgeraakte melktanden. Wanneer Lee als klein meisje aan haar eerste losse melktand zit te frunniken, wordt dat opgemerkt door een dreigend uitziende man. Die maakt haar bang door te vertellen dat melktanden door pesterige elfjes worden gepikt om ze fijn te malen en er nies- en jeukpoeder van te maken. Om je te treiteren en je pijn te doen strooien de elfjes die poeder over je heen. Of deze versie van het lot van een losgeraakte melktand tot de volkswijsheden behoort, is niet duidelijk. In het boek wordt wel een andere volkswijsheid vermeld: de eerste tand van een kind die bij het uitvallen de aarde niet heeft geraakt, voorkomt genitale pijn. Deze volkswijsheid suggereert een rechtstreeks verband tussen tanden en geslachtsorganen en verwijst daarmee ook naar de erotische betekenis van tanden. Hoewel de aantrekkingskracht van de geliefde niet zozeer in zijn gebit schuilt, is het gebit wel erg essentieel voor de erotische spanning tussen Lee en Vir Balder, de oudere man. Als ze hem na ruim tien jaar weer terugziet, voelt ze zich nog steeds tot hem aangetrokken. Eigenlijk wil ze dat niet en ze verzucht dan ook: had hij maar een kunstgebit gehad.

Ook al door het dentale aspect is Watertanden een meeslepend debuut. Maaike Kroesbergen slaagt erin om de gevoelens van een pubermeisje voor een oudere man geloofwaardig te schetsen. Ze combineert het ontluiken van de seksuele verlangens van Lee met een herbeleving van haar eenzame jeugd in een provinciestadje in het noordoosten des lands. Zoals zo vaak blijkt er zich in de provincie meer af te spelen dan een oppervlakkig bezoek laat zien. In dit boek manifesteert zich dat in een slachtpartij van tientallen ganzen, de weerstand tegen de vestiging van een soort new-age centrum en een angstaanjagende, nachtelijke sessie bij een hunebed. Lee is er niet op uit om de achtergrond van deze mysterieuze gebeurtenissen te ontrafelen, maar gaandeweg wordt in het boek duidelijk welke krachten in het provinciestadje aan het werk zijn. Het is niet verwonderlijk dat een literaire uitgeverij als Augustus Kroesbergen in haar fonds heeft opgenomen.

maaikekroesbergen@boekenbite.nl l